Kurt Edelhagen – Review Rhapsodie in Blue & Warschau concert

Kurt Edelhagen review Rhapsody in Blue en Warschau concert
Review: LP Concerto – Polydor Stereo 237 630
Originele uitgave: 1 juli 1964
Latere uitgaven: Polydor Special (met andere cover)
Uitvoerders: Kurt Edelhagen en zijn concertorkest
Pianisten: Willi Stech & Bora Rokovic
Kurt Edelhagen (5 juni 1920 – 8 februari 1982) was een Duitse orkestleider die vooral naam maakte in de jazz- en bigbandwereld. Hij ontwikkelde een heel eigen stijl, herkenbaar en verfijnd, en dat hoor je ook in deze bijzondere opname.
Voor dit project koos Edelhagen niet voor zijn klassieke bigbandbezetting. Hij breidde zijn orkest uit tot concertniveau, met strijkers en twee piano’s, wat meteen een andere klankwereld opent. Waarom hij precies deze opname maakte, heeft volgens mij alles te maken met Gershwin: diens unieke combinatie van jazzstructuren, verfijnde pianopassages en de artistieke rol van de blazers sluit perfect aan bij Edelhagens muzikale instinct.
Het resultaat is een architectonisch opgebouwde interpretatie van dit meesterwerk. Edelhagen begrijpt als geen ander hoe Gershwin de brug slaat tussen klassiek en jazz, en hij vertaalt dat op een bijna perfecte manier naar een coherent muzikaal geheel. Zijn grondige opleiding en vroege ervaringen in de jazz- en bigbandwereld hoor je in elke maat.
De opname zelf onderstreept zijn ambitie om iets unieks neer te zetten. Het subtiele samenspel tussen piano’s, strijkers en koperblazers creëert een prachtig evenwicht dat volledig in lijn ligt met wat Gershwin bedoelde. Willi Stech en Bora Rokovic leveren bovendien een betoverende pianopartij die de uitvoering nog meer diepgang geeft.
Het ritme dat Edelhagen kiest straalt rust uit en nodigt uit tot intens luisteren. De emotionele kracht van deze interpretatie is meeslepend en leidt tot een muzikaal hoogtepunt dat zelden geëvenaard wordt. Elk instrument krijgt zijn juiste plaats in het geheel, wat resulteert in een ruimtelijke opname van hoge kwaliteit met een bijna holografisch stereobeeld.
Kortom: een absolute referentie-opname die iedere liefhebber gehoord moet hebben.
Hetzelfde geldt voor het tweede deel van de plaat, met een prachtige vertolking van Addinsells beroemde Warschau Concerto. Ook hier laat Edelhagen een sublieme indruk na. Beide werken worden gebracht met een grote muzikale beleving en tonen de uitzonderlijke muzikaliteit van Edelhagen en zijn orkest.
Een echte aanrader.
Decca Lp 1958 A Journey into Stereo Sound

Toen Decca in 1958 A Journey into Stereo Sound uitbracht, was het geen gewone verzamel-LP maar een statement. Een visitekaartje. Een demonstratie van wat het nieuwe wonder van stereofonie kon betekenen voor de huiskamer. Vandaag, bijna zeventig jaar later, blijft deze plaat een fascinerend document: een tijdcapsule van technische bravoure, muzikale diversiteit en een vleugje Britse showmanship.
Een album als etalage van een nieuw tijdperk
Decca was in de jaren ’50 een pionier op het gebied van stereotechniek. Deze LP werd ontworpen als demonstratieplaat voor consumenten die voor het eerst een stereoset in huis haalden. Het resultaat is een collage van fragmenten: klassiek, opera, jazz, stoomtreinen, militaire fanfares, en natuurlijk het iconische “This is Decca Stereo”‑intro van John Snagge, dat inmiddels bijna mythische proporties heeft aangenomen.
De plaat is geen traditioneel album, maar een zorgvuldig gecomponeerde rondleiding door het stereospectrum. Elk fragment is gekozen om een specifiek effect te laten horen: breedte, diepte, beweging, dynamiek. Het is alsof Decca zegt: “Kijk wat we kunnen — en dit is nog maar het begin.”
Geluid: verrassend fris voor zijn leeftijd
Wat onmiddellijk opvalt bij het beluisteren van een goed bewaard exemplaar, is hoe helder en ruimtelijk de opname nog steeds klinkt. Decca’s engineers waren hun tijd ver vooruit. De orkestfragmenten hebben een indrukwekkende diepte, de treinen razen geloofwaardig van links naar rechts, en de stemmen zijn warm en direct.
Natuurlijk is het allemaal wat theatraal — de stereobewegingen zijn soms bijna karikaturaal — maar dat is precies de charme. Dit is stereo in zijn meest onschuldige, experimentele vorm: niet subtiel, maar vol enthousiasme.
Muzikale inhoud: een bonte verzameling
De LP bevat fragmenten van onder meer:
- Edmundo Ros & Mantovani Orkesten
- operasterren uit Decca’s gouden periode
- jazz- en lichte muziekensembles
- Finale van het 27ste pianoconcerto van Mozart;
- veldopnames zoals de treinsequentie en Wisselen van de wacht.
Die mix maakt het album tot een auditieve reis, maar ook tot een soort museumstuk. Je hoort niet alleen muziek, maar ook de esthetiek van de jaren ’50: de grandeur, de precisie, de liefde voor techniek.
Waarom deze plaat nog steeds relevant is
Voor de moderne luisteraar is A Journey into Stereo Sound meer dan een curiositeit. Het is:
- een historisch document van de geboorte van stereo
- een demonstratie van Decca’s legendarische opnamekwaliteit
- een charmante, bijna filmische luisterervaring
- een must-have voor verzamelaars van audiofiele of historische releases
Wie vandaag een stereoset wil testen, kan kiezen uit talloze moderne testplaten, maar geen enkele heeft de nostalgische flair en het pioniersgevoel van deze Decca‑klassieker.
Eindoordeel
A Journey into Stereo Sound is geen album dat je opzet voor de muziek alleen. Het is een ervaring, een demonstratie, een stukje audiohistorie dat nog steeds indruk maakt. De combinatie van technische bravoure, theatrale presentatie en verrassend goede geluidskwaliteit maakt het tot een LP die elke liefhebber van hifi‑geschiedenis minstens één keer gehoord moet hebben.
Deze opname is ook uitgebracht in XRCD formaat door JVC Japan met een sublieme remastering.
Nieuwjaarsconcert 1987 / Herbert von Karajan

De combinatie van Karajan, de Wiener Philharmoniker, de Musikverein‑akoestiek én precies die twee walsen — Delirien en Sphärenklänge — vormt een soort kosmisch toeval dat nooit meer is herhaald.
Delirien en Sphärenklänge: Karajan op zijn meest visionair
Deze twee walsen zijn sowieso al uitzonderlijk binnen het Strauss‑repertoire:
– Delirien is introspectief, bijna melancholisch, met een zweem van Weense decadentie.
– Sphärenklänge is pure poëzie: een wals die niet danst, maar zweeft.
Maar wat Karajan ermee doet in 1987 is ongezien:
– hij vertraagt subtiel, zodat de melodieën ademen
– hij laat de strijkers spelen alsof het Bruckner is
– hij haalt een transparantie uit het orkest die bijna onwerelds is
– hij geeft de muziek een symfonische diepte die niemand anders aandurft
Het resultaat is geen “feestwals”, maar een klankvisioen.
En ja, de sopraan was Kathleen Battle
Niet Boney, maar Kathleen Battle — en dat maakt het nog specialer.
Battle was toen op het absolute hoogtepunt van haar vocale kunnen:
– kristalhelder
– gewichtloos
– perfect intonatiegevoel
– een timbre dat ideaal past bij de Weense elegantie
Haar bijdrage aan dit concert is een van de redenen waarom het zo’n legendarische status heeft.
Waarom dit bijna nooit meer is geëvenaard
Er zijn drie redenen:
1. Karajan’s unieke benadering van Strauss
Hij behandelde Strauss niet als “lichte muziek”, maar als grote kunst.
Dat doet bijna niemand meer.
2. De Wiener Philharmoniker speelde toen in een gouden periode
De klankcultuur van de jaren ’70–’80 was nog intact:
die warme strijkers, dat fluwelen hout, die typische Weense rubato.
3. De combinatie van programma, dirigent en sfeer was eenmalig
Het was Karajans enige Nieuwjaarsconcert.
En dat voel je: hij dirigeert alsof hij een testament achterlaat.
En ja, we zijn bijna 40 jaar verder…
En toch klinkt het alsof het gisteren was.
Geen enkele latere dirigent — hoe goed ook — heeft diezelfde noblesse, ernst en poëzie in Strauss teruggevonden.
Het is niet nostalgie.
Het is gewoon een historisch hoogtepunt.
Uitgebracht op CD en LP door Deutsche Grammophon
Deze opname is ook uitgebracht in SACD formaat door Esotoric Japan met een sublieme remastering.
Songs by Henry Purcell

Anne Cambier – Songs by Henry Purcell
Een verstilde ontmoeting tussen stem en tijd, waar de 17e eeuw opnieuw begint te ademen
In Songs by Henry Purcell ontvouwt Anne Cambier een wereld waarin de barok niet wordt heruitgevonden, maar eenvoudigweg opnieuw tot leven komt. De opname straalt een schoonheid uit die nooit dwingt, maar zich langzaam onthult, als een kamer waarvan de deur zachtjes opengaat.
Cambier beschikt over een stem die het zeldzame evenwicht vindt tussen helderheid en warmte — een timbre zo fijn van textuur dat het bijna licht doorlaat. Haar zang draagt de transparantie van een echte Mozart-sopraan: soepel, verfijnd, zonder enige scherpte, en gevormd door een emotie die niet zoekt naar effect, maar naar waarheid. Dit maakt haar interpretaties bijzonder geschikt voor Purcells delicate expressie. Ze brengt zijn muziek niet als historisch object, maar als levend weefsel.
Wat opvalt, is de eenvoud waarmee ze door Purcells melodieën beweegt: natuurlijk, ongedwongen, alsof elke versiering precies daar thuishoort waar ze verschijnt. De frasering is vloeiend en intuïtief, geworteld in een stijlgevoel dat niet geleerd aandoet maar aangeboren lijkt. Daardoor ontstaat een klankwereld die geen afstand creëert tussen de luisteraar en de 17e eeuw; ze legt er een brug overheen.
De begeleiding sluit hier naadloos bij aan. Ze biedt niet slechts ondersteuning, maar vormt een helder kader waarin de stem zich vrij kan ontvouwen. De muzikanten ademen met haar mee, waardoor de intiemere liederen een bijna tastbare nabijheid krijgen. In sommige momenten lijkt de muziek niet te worden gespeeld, maar voorzichtig te worden neergelegd.
Het repertoire toont Purcall op zijn rijkst: van zacht-melancholische miniaturen tot meer gelaagde, bijna dramatische stukken. Sommige songs trekken de aandacht door hun sprankelende elegantie, andere door hun ingetogen karakter.
Maar juist die variatie geeft de opname haar organische charme. Er zijn geen abrupte contrasten, geen uitgesproken scherpte — alles vloeit samen tot een geheel dat rust ademt en een zeldzame vorm van innerlijke schoonheid bewaart.
Wat deze uitvoering bijzonder maakt, is de afwezigheid van nadruk. Niets wordt overbelicht of geaccentueerd; alles is in dienst van de muziek zelf. Daardoor krijgt het album de kwaliteit van een tijdloos object: een opname die minder wil overtuigen dan verbinden, minder wil imponeren dan onthullen.
Songs by Henry Purcell is een uitnodiging tot luisteren, maar vooral tot herluisteren. Het is muziek die haar geheimen prijsgeeft aan wie de aandacht schenkt die ze verdient — muziek die niet alleen klinkt, maar blijft nazinderen.
De combinatie van Cambiers verfijnde stem, haar historische vanzelfsprekendheid en de integere begeleiding maakt dit album tot een stille parel binnen het barokrepertoire. Geen
groot gebaar, geen dramatische allure, maar een glans die alleen ontstaat wanneer virtuositeit en bescheidenheid elkaar in evenwicht houden.
Een opname die zich niet luid manifesteert, maar zachtjes verankert — en daardoor precies dat soort schoonheid belichaamt dat men graag twee keer beluistert.
In het tijdschrift LUISTER verkreeg deze CD opname een 10